tweede etappe Bergen op Zoom Roosendaal (deel een).

Tweede brief, 11 februari 2011.

Bergen op Zoom – Roosendaal en vice versa.

Gisteravond, na thuiskomst vertelde mijn oudste zoon, dat eerder op de dag een automobilist midden op de Zeeland brug was gestopt, en over de reling was gestapt. Getuigen hadden dat gezien. De man was in de richting van de Oosterschelde kering gedreven en na een lange zoekactie niet meer gevonden.
Het is een bericht, wat niet uit je hoofd wil.
Wij kijken, vanuit de tuin, uit op de Zeeland brug.

Vanmorgen, net in de trein, werd omgeroepen dat als gevolg van een aanrijding er geen treinverkeer mogelijk zou zijn tussen Bergen op Zoom en Roosendaal. Mensen in de coupé kijken elkaar even aan; zonder veel woorden wordt de aard van het bericht begrepen en doorgrond.

In de kiosk van het station van Bergen heerst verwarring. Mogen treinen nu wel of niet met passagiers door rijden, of worden er nog bussen ingezet om reizigers naar Roosendaal te vervoeren. De mevrouw achter de kiosk zucht. “Het zijn er zeker tien per week die voor de trein springen. Iedereen weet het, maar niemand mag het zeggen. Drie weken geleden nog was het de hoofdconductrice die uit de trein stapte omdat er weer iemand voor de trein gesprongen was. Het bleek ditmaal haar eigen man. Ik kan het nog steeds niet vertellen zonder te moeten vechten tegen de tranen.”

Mijn moeder zou zeggen, een dag met een gaatje. Een dag waarop alles gekleurd wordt door een enkele gebeurtenis. Stil en verloren loop ik naar het stadhuis, een paar honderd meter van het station. Ik heb een afspraak met Ad van der Wegen, PvdA wethouder voor ruimtelijke ordening, milieu en de publieke ruimte. We kennen elkaar eigenlijk niet, maar Wim van Gorsel bracht ons met elkaar in contact. Gisteren troffen we elkaar een eerste keer bij een conferentie over Bio Based Economy. ( Dat klinkt erg duur en ingewikkeld maar wil zoveel zeggen dat (grond)stoffen uit de land en tuinbouw als vervanger van olieproducten gebruikt kunnen worden in industriële productieprocessen.) Maar waarover moet je spreken wanneer een eindje verderop, een jong meisje voor de trein springt? Mijn voettocht lijkt nu even een zinloos project…

Ad van der Wegen is een grote, joviale ronde man. Vrolijke ogen, speelt trompet in een dweilorkest en werkte tot voor enkele jaren, gedurende 23 jaar in de ploegendienst bij Cargill.
Hij schudt het hoofd wanneer ik vertel over het ongeluk voor de trein. Er valt een ogenblik niets te zeggen. Ik vertel hem over mijn tocht, en het doel er van.
“Mijn vader was lasser en pijpfitter,” vertelt Ad, “hier in Bergen op Zoom. Ik ben aan de stad verknocht.”
Ad kon goed leren, en doorliep fluitend het plaatselijke gymnasium. Hij mocht studeren, maar hij had geen specifieke belangstelling voor een bepalde studierichting. “Ik merkte al vroeg dat ik nieuwsgierig was en graag mijn invloed liet gelden, maar dat gaf geen richting voor een studie.”. Hij begon met Engels in Utrecht, en behaalde uiteindelijk zijn propedeuse rechten in Rotterdam, maar door de ( jeugd)werkloosheid in de eerste helft van de jaren tachtig, veranderde hij van koers.

Ad van der Wegen: “Ik wilde niet werkloos worden, en ben gaan solliciteren. Uiteindelijk vond ik een baan in de ploegendienst bij Cargill, hier in Bergen op Zoom. Ik dacht dat beter zou zijn dan niets, en zou me vanzelf wel verder kunnen ontwikkelen, ook binnen dat grote concern.” Uiteindelijk zou hij 23 jaar in de ploegendienst werken, daarnaast actief zijn binnen de vakbond, de ondernemingsraad en het pensioenfonds.
“Ik speel trompet in een dweilorkestje en de toenmalige wethouder blies daar ook een partijtje in mee. Hij haalde me over om in de politiek te komen. Nou, dan begin je als burgerlid, en daarna als duoraadslid, raadslid en in 2006 werd ik lijsttrekker.”
Intussen is hij wethouder geworden, en heeft het enorm naar zijn zin. “Hier komt alles bij elkaar wat ik geleerd heb en leuk vind,” zegt hij.
Maar Ad heeft zorgen over de sociaal democratie, en de opkomst van extreem rechts. “Ik ben er van overtuigd dat als we het een op een aan de mensen zouden kunnen uitleggen wat we doen, en waar onze partij voor staat, dat we de mensen zouden kunnen overtuigen. Maar zo gemakkelijk gaat het niet, in een media maatschappij als de onze.”

Ad erkent dat de overheid de komende jaren meer en meer een beroep zal moeten doen op vrijwilligers. De bevolking wordt relatief gezien ouder, en steeds minder jonge mensen zullen steeds meer werk moeten verrichten. Het welvaartsniveau zal nooit meer zijn, zoals voor de economische crisis. Misschien anders, maar nooit meer zal het worden zoals het was, concluderen we. Ad van der Wegen: “In gesprekken met de directies van corporaties, van zorginstellingen en scholen komen we steeds meer tot de conclusie dat we samen moeten optrekken; dat burgers betrokken moeten worden. Zonder de inzet en betrokkenheid van vrijwilligers krijgen we straks het werk gewoon niet meer voor elkaar. Maar tegelijk moet ik vaststellen dat burgers dat helemaal niet zo ervaren. Het verband van de zuilen in de samenleving hebben we los gelaten en eigenlijk is er niets voor in de plaats gekomen.”

Volgens mij, zeg ik op mijn beurt, is het noodzakelijk binnen het verband van de sociaal democratie nieuwe organisaties op te richten, zoals een ziekenfonds, en coöperatieve winkels, waarin mensen vertrouwen kunnen stellen, en zich aan kunnen binden. Mensen en waardigheid; verbondenheid en verantwoordelijkheid, zouden daarin centraal moeten staan. Het zijn eenvoudige principes op basis waarvan de solidariteit in mijn dorp Kats ooit gegrondvest werd.

De veranderingen in de samenleving voltrekken zich evenwel gestaag. Zuidwest Nederland, en West Brabant in het bijzonder, ontwikkelt zich ongemerkt tot een belangrijke regio waarin landbouw, chemie, en industrie eendrachtig samenwerken in de zoektocht naar nieuwe industriële mogelijkheden. Grondstoffen uit de landbouw worden in toenemende mate ingezet als vervanger van olieproducten. In de regio werken onderwijsinstellingen, onderzoekscentra, het bedrijfsleven, en de overheid eendrachtig naar mogelijkheden om de zogenaamde Bio Based Economy verder te ontwikkelen. Bergen op Zoom, vertelt Ad van der Wegen, krijgt een Groene Campus, waar nieuwe, kleine bedrijven zich kunnen vestigen. Het levert op termijn, zo zijn de voorspellingen, 2500 banen op, en een koppositie in de noodzakelijke veranderingen van de economie.

“We houden goede moed, zegt Ad van der Wegen, wanneer we afscheid nemen. “De mensen zien heus wel waar het om gaat en wie welke keuzes maakt.”

Het is donker en koud, deze dag. Ik moet om twee uur in Roosendaal zijn, en dat haal ik niet te voet. Daarom neem ik de trein en zal van Roosendaal terug lopen naar Bergen op Zoom. Even later rijdt de trein langs de plaats waar enkele uren eerder ëen aanrijding plaats vond met een persoon”, een jong meisje dus.

(wordt vervolgd.)

3 reacties

  1. Het blijft een trieste gebeurtenis als mensen voor de trein springen. Ik heb zelf helaas ook al een aantal malen in zo’n trein gezeten. Er gaat spontaan een rilling over mijn rug als ik er aan terugdenk.

    Mooi verhaal verder Jan, ik blijf lezen zo 🙂

  2. Hallo Goedenavond Jan.

    Het is mijn moeder die voor de trein gekomen is 11 februarie 2011. Een jonge bijzondere vrouw van 55. Het was een hele schok,,en nog lijkt het een nare droom…

    Saphir

  3. Hallo Goedenavond Jan.

    Het is mijn moeder die voor de trein gekomen is 11 februarie 2011. Een jonge bijzondere vrouw van 55. Het was een hele schok,,en nog lijkt het een nare droom…

    Saphir

Geef een reactie